Hoe heurt het eigenlijk?

Like:
6

Hoe heurt het eigenlijk?

Gisteren genoot ik samen met een vriendin bij Restaurant ByChiel te Zutphen van een heerlijk souper. De spijs was voortreffelijk en de drank vloeide rijkelijk. Na het hoofdgerecht zei mijn tafelgenote: “Geen toetje voor mij.” Opeens dacht ik aan het boek ‘De Parvenu’ van Mark Schalekamp. Hoofdpersonage Hugo Stadman is begin dertig en private banker in Amsterdam. Hij wil hogerop en met het aanstaande lidmaatschap van het prestigieuze Rozengenootschap lijkt dat hem te lukken. Hij heeft echter veel te verbergen: zijn afkomst, maar ook zijn bepaald niet chique handel en wandel. Hij houdt alles bij in een boekje. Zo ook, dat hij het woord dessert niet mag gebruiken maar toetje moet zeggen. Daar is mijn tafelgenote het roerend mee eens. Ik val bijna ter plekke van mijn Limburgse katholieke culinaire geloof af. Die gaat er bij mij niet in. Nooit niet! Toetjes hebben ze bij de Mona!!!!! De patron-cuisinier is het roerend met mij eens. Volgens haar zeg je ook niet toilet (zoals ik) maar wc. Als het gaat om koelkast of het deftigere woord ijskast is ze wat coulanter. In een koelkast zit immers een koelelement. Potverdrie, zeg ik altijd ijskast!

Vanmorgen stond ik op en liep gelijk naar de boekenkast. Vlug even kijken in het boek van Reinildis van Ditshuyzen ‘Hoe hoort het eigenlijk’. Ik citeer: “Nog steeds weigeren mensen van goede familie (adel en patriciaat, OSM = Ons Soort Mensen) om bepaalde woorden te gebruiken die de meeste Nederlanders heel gewoon vinden. Ja, ze rillen daarvan. Nooit en nog eens nooit zullen ze zeggen toilet, gebak, duster. Voor deze mensen is het belangrijk, want met hun afwijkende taalgebruik kunnen zij identiteit en sociale status bewaren en zich profileren. Via hun groepstaal zetten zij zich af tegen de doorsneebevolking. Bovendien – heel handig! – herkennen ze hun soortgenoten direct. Hun codetaal maakt het lidmaatschap van een beperkte en besloten groep letterlijk hoorbaar en fungeert zo als een paswoord, een PIN-code, tot hun voor anderen ontoegankelijke wereld.” 

Ik stop hier! Mijn tafelgenote is namelijk een onwijs lief mens! Ik lig helemaal in de deuk en moet opeens aan mijn lieve zus denken. Hoe zal ik het zeggen in deftige woorden, zij is niet helemaal 100%. Zij vraagt altijd na een toiletbezoek aan mij: “Heb je de wc afgetrokken?” Wc is natuurlijk helemaal oké, maar aftrekken i.p.v. doortrekken natuurlijk niet. Misschien wil zij zich ook wel afzetten tegen een bepaalde groep. Ik heb haar door! Ik doe lekker met haar mee en trek de wc voortaan ook gewoon af. Onze codetaal! Mijn zus is zo gek nog niet, gewoon 1000% oké!!!! En dat allemaal op Goede Vrijdag. Zalig Pasen!

Laat een reactie achter